| Beertje Max en zijn goudvis |
| Beertje Max en de honingkoeken |
| Beertje Max moet luisteren |
| Beertje Max gaat naar school |
|
 |
| |
| Op een dag speelde Beertje Max met zijn vriendje Glimpie de goudvis. ‘Ik vind deze kleine vissenkom niet leuk meer. Weet je wat ik zo graag zou willen?’ zei Glimpie tegen Max ‘ik wil wel eens buiten in een grote vijver zwemmen!’ ‘Maar ... dat kan toch’ riep Max uit en hij rende naar de schuur om zijn schepnetje te halen. Hij viste Glimpie uit de vissenkom en samen gingen ze naar de vijver. Bij de vijver aangekomen liet Max zijn lieve vriendje uit het netje de grote plas in zwemmen. Glimpie vond het prachtig, maar oh oh! Daar kwam een grote vis aanzwemmen die hij niet kende. De vis keek helemaal niet vriendelijk. ‘Wie ben jij?’ vroeg hij aan de kleine Glimpie. ‘Ikke, ikke ... ben Glimpie‚ stamelde hij. Toen zag hij opeens het netje van Beertje Max en hij wist niet hoe snel hij er weer in moest zwemmen! ‘Wil je me alsjeblieft weer héél snel naar de vissenkom brengen?’vroeg hij aan Max. Max keek verbaasd, maar voordat hij iets kon vragen zei Glimpie ‘een goudvis hoort niet in de grote vijver.
Dat heb ik nu wel geleerd!’
|
|
 |
|